Toen ik enkele weken geleden in een arreslee, die werd getrokken door een paard dat ik geleend had uit een verhaal van Tsjechow, over de besneeuwde velden van Noord Europa reisde, op weg naar Siberië om te onderzoeken of..., stonden daar opeens mijn beide ouders. Eensgezind, alsof dat altijd zo geweest was.
-Je wilt Max een deel van onze geschiedenis geven, zeiden ze, dat is goed. Wil je hem onze hartelijke gelukwensen overbrengen?-
-Ik heb altijd veel van hem gehouden-, zei je grootmoeder -en ik zou graag naar de promotie komen, maar dat gaat helaas niet-.
Mijn vader zei: -het verbaast me niets van hem, direct toen hij geboren werd zei ik het al: dat is een lepe-.
-Geef hem maar wat je in gedachten hebt-, zeiden ze, en weg waren ze. Hun glimlach zweefde nog in de lucht boven de plaats waar ze gestaan hadden.
Het paardje werd ongedurig en schraapte zijn hoef over de bevroren sneeuw. -Ik moet snel gaan-, zei hij, -naar Iona, mijn meester. Ik moet hem een deel van deze glimlach gaan brengen-. Hij had zich uit de leidsels losgemaakt en draafde weg, -als troost-, riep hij nog. Daar stond ik, alleen in een totaal verlaten gebied, zonder vervoer. Om op tijd terug te zijn moest ik mijn plannen veranderen. Het was niet gemakkelijk, maar het is me gelukt.
Toch zal ik binnenkort mijn reis naar Siberië opnieuw moeten beginnen om te onderzoeken of het waar is dat daar, in een klein dorp, men elkaar alle verhalen van de wereld vertelt, naast elkaar zittend op een plank boven de dorpslatrine.
Wat zeker is dat in dit papier zich één van die verhalen verbergt. Dat vertrouw ik je met al mijn liefde, graag toe.


bij de promotie van mijn zoon tot
doctor in de wijsbegeerte


© Ineke Sikkema. Dit verhaal mag niet worden gebruikt of opgeslagen zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
ineke sikkema