ik doe mijn
zondagse gezicht
aan
ik kijk op
noch om
langs torens
verlangen
loop ik mezelf
in de verte
zie ik lichtende
verten
(dwaalsporen die ik afleg)
ik groet
links en rechts
met een glimlach aan
de buitenkant
als ik thuiskom
draai ik de deur
in het slot
en neem het mezelf
niet kwalijk |
|