Moeder
toen de hemel viel
vuurspuwend
lawaaiig
bleef zij overeind
rechtte haar rug
hief haar hoofd
en liep
haar smalle pad
toen angst haar
wilde insluiten
en liefdeloosheid
haar sloeg
wankelde ze
niet
-de Heer is mijn herder-
haar Godsvertrouwen
niet beschaamd
bid ik
bid ik |
|