Meisje
pad door de polder
ze zingt luider dan het
snateren van de
wilde gans
het meisje draagt haar hoofd als een
leeg reservoir
het mooie grote hoofd
wat zal ze weten
loopt onzekere stappen de
wenkende wijkende einder
tegemoet
hunkering rillingen
grenzeloos verlangen naar
kennis naar
bewustzijn dat zij is die
ze is en altijd zal zijn
dat ze uniek zichzelf is en
nooit iemand anders
storm in het slop
gedachten omranken haar
rooskleurig gaan
ik denk aan haar tot in het
einde der tijden |
|