Lied, waar nog geen muziek bij is.
de visser zit heel eenzaam aan het water
hij heeft z’n schepen achter zich verbrand
bij ’t schemeren heeft hij de stad verlaten
en vraagt zich af -wat was er aan de hand.
hij had, als altijd, toch met haar gesproken.
vriendelijke woorden door zonlicht nog verzacht
die woorden vielen desondanks in de verkeerde aarde
en alles werd heel anders dan hij had gedacht
de woorden gingen in de kamer zweven
en vingen daar een eigen leven aan
en alles werd gezegd en toch verzwegen
hij denkt aan haar in de voorbije jaren
al wat hij ving was slechts een dooie vis
wat ’t zwaartste is zal wel het zwaarste wegen
maar wie kan weten wat het zwaarste is..? |
|